LA Int. Airport
Voor alle trouwe meelezers nog een paar laatste notities in de vroege ochtend van 25 mei op het vliegveld van Los Angeles. Gisteravond heb ik een rondje in de hotelkamer gedanst. Mijn favoriete petje van 'Friends' is terug. Ik was bang dat het lag te genieten van een prachtig uitzicht over de Grand Canyon, maar het had zich verstopt in mijn fotokoffer. Jippie, Jippie!
Over kledingstukken gesproken: zometeen ga ik mijn oude schoenen (waar ik de hele vakantie op heb rondgelopen) ritueel begraven in een prullenbak bij Starbucks. Ze zijn versleten en smerig. M'n nieuwe schoenen mogen aan in het vliegtuig. Leuk toch?!
Tot slot nog een antwoord op een brandende vraag die jullie niet hebben gesteld, maar vast beantwoord willen hebben: "Gerard, heb je nog wel naar de radio geluisterd?". Het antwoord is 'JA', heel veel en heel lang.

De firma Hertz rust haar wagenpark uit met een abonnement op een satellietontvanger. We hebben op die manier urenlang naar storings- en reclamevrije stations kunnen luisteren. De favorietste zender was BB Kings Bluesville. De laatste paar dagen was Sander zo vriendelijk om -speciaal voor mij- een countrystation op te zoeken. Dat werd uiteindelijk (de keus is nogal groot namelijk) The Highway, new country. We kunnen beiden tientallen liedjes meezingen.
Tot slot: m'n iPhone heeft het begeven. De accu doet het nog precies een half uur als ik alle functies uitzet. Geen idee hoe dat nu weer komt, maar lastig is het wel.
Nou, dag dan maar. Groeten aan iedereen, ook van Sander.
Bye, bye for now.
Joshua Tree
De Grote Rode Bolide doet het nog steeds. Verhuurbedrijf Hertz zal wel van ons balen. Dat vereist een beetje uitleg.

Ik schreef dat we gisterochtend heel goed geholpen zijn door twee vriendelijke Amerikanen (Dave en Danny). Van Danny heb ik het mobiele nummer gekregen en gisteravond had ik even contact met hem. Hij wist te vertellen dat er aan het eind van de middag een trailer met een nieuwe Ford Mustang op het vliegveld van Grand Canyon was gearriveerd. Wij zaten op dat moment al ruim 250 kilometer verderop in Kingman aan Route 66. De reservewagen kwam waarschijnlijk helemaal uit Phoenix. Kijk maar eens op de kaart hoe lang ze daar over hebben gedaan.
Pff, dat zal wel een standje worden als we morgen de auto terugbrengen. Het verhaal is overigens nog veel uitgebreider dan dit, maar dat komt een andere keer wel.
Het eerste grote avontuur vandaag was de ontmoeting met een heuse Coyote. Op een eerdere reis heb ik er ook al eens één gezien. Geen idee of dit dezelfde was. Excuus voor de kwaliteit van de foto, maar er was te weinig tijd om op de juiste instellingen van de camera te letten.

De foto’s van vandaag zijn allemaal een beetje minder. Dat komt omdat ik een speciaal filter voor de lens heb geschroefd. Het was de bedoeling dat daarmee de fletse luchten een beetje kleur zouden krijgen, maar ik ben eigenlijk over geen enkele foto echt tevreden.
De zon brandde heel hard en er was geen wolkje te bekennen. Voor Willy: de temperatuur liep bij Joshua Tree op tot 91 graden Fahrenheit.
We hebben heel veel kilometers gemaakt. Misschien wel de meeste van alle afgelopen dagen. Amerika is groot, heel groot en dat hebben we vandaag gezien.

Ik schreef al eerder over uitgestrekte woestijnen en lege prairies. Dat was allemaal niks vergeleken met wat we vandaag hebben gezien. De leegte was oorverdovend (zeker met een verkouden hoofd). Ik heb nog nooit zoveel niks gezien. De wegen waren schier eindeloos en verkeer was nergens te bekennen. Ik weet nu waar ‘the middle of nowhere’ ligt, namelijk langs de I-62, ten noorden van Joshua Tree.
Stel je voor: je hebt 100 kilometer lege vlakte en daarna weer 100 kilometer van hetzelfde, dan moet je wat. Amerikanen zijn vindingrijk en hebben hun eigen afleiding bedacht. Zo troffen we midden in de vlaktes een hek met duizenden schoenen. Daarnaast stond een vlag fier te wapperen.

Of wat te denken van zeker dertig Mile lang een eindeloze rij namen van steen langs de spoorlijn. Het hield gewoon niet op. We hebben overwogen om een tekstje als ‘Groeten uit Holland’ toe te voegen, maar daarvoor ontbrak de tijd.

Joshua Tree is vooral bijzonder. Je gaat denken dat Yukka’s de norm zijn. Er staat namelijk geen enkele andere boom. Opvallend zijn ook de rotsen. Ze lijken er lukraak te zijn neergesmeten. Ik ga nog eens opzoeken hoe dat zo gekomen is. Sander en ik denken dat het oprukkende ijs in het verre verleden de boosdoener is, maar doorgestudeerde geologen zijn we niet.


In het Joshua Tree-park vonden we een grotere slang. Hij was dood. Je ziet Sander aan het werk bij het lijk. Daarna het resultaat van zijn dappere werk (je ziet dat ik zelfs bij een dode slang nog afstand houd
)


Na Joshua Tree moesten we nog een paar uur rijden. Dit keer door bewoond gebied. De stad is echt enorm groot. Ik denk dat we zeker drie hebben gedaan over de rit van buitengebied tot centrum en dat allemaal over een redelijk rustige snelweg met een vaartje van gemiddeld 90 kilometer per uur. Net voor LA zagen we een windmolenpark langs de snelweg. Ook voor dit soort projecten pakken de Amerikanen flink uit. We hebben zeker zo'n 15 kilometer lang duizenden windmolens zien staan.

Morgenochtend doen we rustig aan. Nu eerst een verkwikkend slaapje en dan de koffers pakken voor de terugreis.

Route 66

Onze eigen auto heeft nog steeds z’n kuren. Ruilen bleek geen eenvoudige opgaaf. Verhuurbedrijf Hertz had bedacht dat ze een takelwagen zouden sturen die ons naar Las Vegas zou slepen om daar een nieuwe bolide te krijgen. Let wel: dat is een rit van 5 uur de verkeerde kant op. Daar had ik dus geen zin in. Dan was de trein een betere optie geweest ![]()

We hebben hulp gekregen van twee ontzettend vriendelijke mannen –Dave en Danny- op het vliegveld van Grand Canyon. Met z’n tweeën hebben ze onder de wagen gelegen en ritjes gemaakt. Hun conclusie: je kunt er nog best mee rijden! Dat hebben we dan ook maar gedaan. Inmiddels zijn we 200 Mile verder en alles functioneert nog.

Die 200 Mile waren -voor de helft- heilige grond voor velen: Route 66, Amerika’s Mother Road. Het is de oude snelweg van oost naar west (Chicago to L.A.). Ooit uit noodzaak afgelegd door werkloze families die hoopten in California een nieuw leven te beginnen. Het boek ‘Grapes of wrath’ van John Steinbeck beschrijft die periode in de jaren dertig beangstigend mooi. Echt een aanrader als je van Amerika houdt.
Na een uurtje op het vliegveld, wachtend op een verlossend telefoontje van Hertz (hetgeen niet kwam), zijn we maar op weg gegaan. Eerst 75 Mile naar het zuiden over de 64 tot Williams. Daar stond ruim uitgemeten op allerlei billboards dat je een ‘loop’ van Route 66 kon rijden. Veel meer dan een ronde van drie huizenblokken is het niet, maar er was veel te beleven. Een beetje per ongeluk liepen we een werkplaats binnen waar een oude man antieke wagens zat te repareren.


Na Williams ging het richting West over de I-40. Deze nieuwe snelweg hebben we zo’n 15 Mile gevolgd en bij Ash Fork zijn we afgeslagen naar de oude Route 66. Vanaf daar begon de pret (op de foto het startpunt). Sander kan op z’n 21 zeggen dat ‘ie een stuk van the Motherroad heeft gereden. Jaloersmakend gewoon...


Het grootste deel van de weg gaat door prairielandschap met af-en-toe een groepje koeien of paarden.

Een paar plaatsjes onderweg zijn een bezoekje waard, al moet je wel rekening houden met een soort kermis. Niks is te dol.

Het absolute hoogtepunt –in de goede zin van het woord- was Hackberry. Eigenlijk is dat niet meer dan een soort ‘General Store’, maar dan volgepakt met oude auto’s. De mooiste staat voor de deur, een Corvette uit 1957 (goed bouwjaar). In een schuurtje verderop staat een heuse T-Ford.


Toen we aankwamen stapte de eigenaar net uit z’n winkel met een kleine ratelslang in z’n handen. Het beest had zich verstopt in de winkel. Volgens de eigenaar zijn de kleintjes nog wel ‘cute’, maar de moeder van deze baby moest je maar beter niet tegenkomen....
Nu zijn we in Kingman, het eind van dit stukje Route 66. Ze zijn hier erg trots op hun weg met geschiedenis, overal staan grote borden. En verder rijden er luid toeterende treinen langs hotel. Ik ben benieuwd hoe het vannacht gaat.

We zijn gaan eten in een restaurant (JD's) net naast ons hotel. Dat werd een hilarische gebeurtenis. Bij binnenkomst werden we opgevangen door Amberlee (23, vertelde ze later). Toen ze Sander zag binnenkomen, weigerde haar stem (echt waar). Bij het begeleiden naar onze tafel liep ze een plant omver (echt waar). Daarna werd het veel glimlachen, een beetje kleuren en vaak komen vragen of we het wel naar onze zin hadden. Zelfs Sander vond het erg vermakelijk...

Nu lekker slapen en morgen –via Joshua Tree- terug naar Las Vegas Airport. Het zit er bijna op. Nog één trip ‘Crusin’ USA’. Howdy again.
Tot slot: Hertz probeert me te bellen. Ze zeggen dat ik ogenblikkelijk terug moet bellen omdat ze een auto proberen af te leveren. Geen idee waar ze zijn, want het is ruim twaalf uur later dan onze eerste melding. Bij Hertz gebruiken ze een computer met een keuzemenu. Ik heb twee keer m'n best gedaan een levend mens aan de lijn te krijgen. Dat is niet gelukt.
Oh ja nog 1 ding, jaren geleden heb ik me ooit eens voorgenomen om Amerikaanse brievenbussen te fotograferen. Vandaag is het gelukt.

Grand Canyon II

(foto: Sander)
Het is een enorme klus om in Amerika een beetje gezond te ontbijten. Op de meeste menu’s staan ’s ochtends vroeg al biefstukken en vette speklappen met ei. Eén keer is het ons gelukt om muesli met verse vruchten te krijgen en verder is het steeds wat gerommeld met bagels en muffins. Vanochtend vonden we een klein restaurantje waar ze tegen acceptabele prijzen croissantjes verkopen en daar mag je zelf zoveel jam op smeren als je wilt.
Bij die eettent verkochten ze ook landkaarten van ZW-Amerika. Daar heb ik er maar ééntje van aangeschaft ook al begint de reis z’n eind te naderen. Ze hadden er bovendien caps (petjes) met het embleem van Route 66. Die kon ik niet laten liggen, dat begrijp je... Over petjes trouwens later meer!
Op de parkeerplaats stond plotsklaps een identieke Ford Mustang naast de onze. We hebben er meteen maar een fotoshoot van gemaakt.

Goed, die shuttle-bus dus. Je kunt een paar plekken van de Grand Canyon met de eigen auto bereiken. De andere ‘scenic views’ moet je per muilezel, fiets, wandelend of per busje doen.

Wij hebben vanochtend de westelijk route (rode buslijn gedaan) en regelmatig ook een stukje tussen twee panoramapunten te voet afgelegd. Zo’n wandelingetje in dit weer is fantastisch en je ziet ook veel meer van die enorme lading gele en rode rotsen beneden je.


Alles draait natuurlijk om de Colorado River. Dat is de boosdoener in de Grand Canyon. Door de eeuwen heen heeft die rivier, goed geholpen door de wind en de vrieskou, een enorme kloof uitgeslepen. Het water is roestbruin van kleur en stroomt enorm snel door de kloof. Je kunt er raften in gigantische rubberboten. Wij hebben dat maar niet gedaan, want we willen onze nieuwe schoenen een beetje netjes houden ;-).


De ochtendtrip deden we met de shuttle in westelijke richting. Aan het eind van de middag zijn we de oostelijke kant van de Canyon gaan verkennen, opnieuw met een (gratis) shuttle-bus. Vreemd genoeg was het daar veel rustiger, terwijl de uitzichten zeker niet minder zijn.

Er waren ook een paar Amerikaanse meisjes die op een hoge rots plaatjes van elkaar gingen schieten. Ik heb maar meegedaan, want het was een mooi gezicht.

Enfin, uiteindelijk heb je dan zoveel steen gefotografeerd dat je andere dingen gaat verzinnen. Zo diende onze stoere, mannelijkheid zich plotseling aan (en dat had niks met die meisjes te maken...).

Tegelijkertijd hebben we ook de vrouwelijke kant aangesproken en zijn op zoek gegaan naar de vogeltjes en de bloemetjes.


Sander wilde heel graag 'Canyonkruipers' zien. Hij bedoelt daar hagedissen en slangen mee. Dus zijn we van de gebaande paden afgegaan en kwamen terecht in een gebied dat een paar jaar geleden door brand is verwoest. Geen enge beesten gezien, maar wel bijzondere foto's gemaakt.

De eerste probleempjes van deze vakantie ontpopten zich ook vandaag. Zo ben ik mijn favoriete cap van 'Friends' kwijtgeraakt op een hoge rots. Daar kwam ik in de bus op weg naar de parkeerplaats pas achter. Ik baal er echt heel erg van. M'n hoofd hoeft niet te verbranden, omdat ik vandaag toevallig een ander petje heb gekocht, maar het verlies voelt vervelend, heel vervelend. Verder maakt onze auto gekke geluiden. Morgenochtend gaan we op zoek naar een vestiging van Hertz en dan ga ik kijken of we voor de laatste paar dagen een beter exemplaar kunnen krijgen.
Tot slot las ik op nu.nl over de vulkaanuitbarsting op IJsland. We willen hier best langer blijven, maar niet door zo'n vulkaan die het op de heupen krijgt.
Nou, genoeg onhandigheden, terug naar de fantastische reis. Een enkele foto nog ter afsluiting. Hij is gemaakt in het late avondlicht en het is een ongelooflijk vororecht om dat mee te mogen maken.

Morgen gaan we op weg naar Kingman aan Route 66. Ik ben daar al eens eerder geweest en ben benieuwd of ze me nog kennen. Howdy...
Grand Canyon I
Vandaag hadden we dat allemaal niet. Het was opnieuw een topdag met veel prachtige natuur en veel leuke kilometers.
Het begon al vroeg. We hadden de wekker gezet om tijdig aan de reis te kunnen beginnen, want het was de bedoeling om aan het begin van de avond bij Grand Canyon te zijn. Het eerste deel van de trip ging dwars door Zion. We hadden gisteren al gezien dat het er mooi is. Vandaag was het niet minder.

Meteen na het National Park begon een eindeloze prairie. We zagen zelfs bizons(?) aan de horizon. Het was eigenlijk te ver weg voor een mooie foto, maar het onderstaande plaatje geeft wel een beetje het 'cowboy- en indianengevoel'.

Op Interstate 89 in oostelijke richting wilden we van stuur wisselen. Toevalligerwijs kwamen we terecht op een klein parkeerplaatsje met een vreemd monument. Het bleek een verwijzing naar een oud mijnwerkersdorpje. Om er te komen moesten we 5 Mile de woestijn in rijden over een rode, stoffige kiezelweg vol kuilen. Er werd zelfs beloofd dat er ook nog een oude filmset aanwezig zou zijn. Op de landkaart die we gebruiken heet de omgeving 'Paria Movie Set', maar het gaat eigenlijk om een verdwenen stadje met de naam Phareah aan de Paria River. In 1870 hebben een paar pioniers aan die rivier hun tenten opgeslagen en later huizen gebouwd. In 1974 is het hele dorp door brand verwoest. Het was toen al lang niet meer bewoond.
Ik schrijf zo uitgebreid over dit dorp omdat de omgeving een paradijs was om te zien. Misschien wel net zo mooi als de grote parken. Je kunt er om de vijftig meter een foto maken die het verdiend om poster te worden. Niet gek dat ze deze plek hebben uitgezocht voor een filmopname.




Een stukje verder op de I-89, net voor Page, ligt een grote stuwdam met de grappige naam 'Glen Canyon'. Het ding doet nauwelijks onder voor de Hoover Dam en ligt aan het begin van de Grand Canyon in het noord-oosten. Een vriendelijke jongen bij een tankstation drong nogal aan op een bezoekje aan de dam.

Vanaf Page tot Cameron ligt één van de mooiste autowegen die we hebben gereden. Er staat inmiddels ruim 1000 Mile op de teller, dus enig recht van spreken hebben we wel. Het landschap is woest en ledig, eindeloos, maar nooit vervelend. Je rijdt eigenlijk evenwijdig aan de Coloradorivier en daardoor ook aan de Grand Canyon. Ik heb Winnetou met enige regelmaat boven op een bergkam gedroomd. Fabuleus daar!
Het is overigens echt indianengebied. De Hopi's en Navajo's leven er in grote stacaravans op droge, rode grond. Het ziet er allemaal vreselijk rommelig en arm uit. Op de parkeerplaatsen langs de snelweg staan veel marktkraampjes met mannen en vrouwen die handgemaakte sieraden verkopen.

Het laatste stukje van de route liep van Cameron -over de I-64- naar Grand Canyon Village. We waren aan het eind van de middag aan het begin van het park, bij de oostelijke ingang. Daar is meteen een machtig uitzichtpunt.


Sander is overigens ook aan het fotograferen geslagen.![]()


Eigenlijk had ik dit blog 'The Deerhunters' willen noemen. We zijn namelijk een hele kudde van die beesten tegengekomen. Met Sander heb ik afgesproken dat we vertellen dat we de woestijn zijn ingelopen, over rotsen zijn geklommen en veel ontberingen hebben gekend. Uiteindelijk zagen we de schuwe beesten in het kreupelhout. Het zal toch zeker niet zo zijn dat ze gewoon rondlopen bij het bezoekerscentrum van Grand Canyon. Dat zou immers heel vreemd zijn. Toch?!

Tja, wat kun je op deze plek anders doen dan foto's maken, diepe zuchten slaken en het gevoel hebben dat de wereld toch wel heel erg mooi is.



Nu ga ik slapen, want morgen is er weer een dag met hopelijk veel nieuwe avonturen...
Zion National Park
Wat een waanzinnig mooie reis is dit toch. We zien zoveel geks en moois dat het nauwelijks te bevatten is. Gisteravond in Las Vegas was het een gekkenhuis. De Kalverstraat op zaterdagmiddag is er niks bij. We hebben alle vreemde vogels van God’s schepping wel gezien: rijk en arm, mooi en lelijk, boos en vrolijk, nuchter, maar vooral ook dronken.
De tijd was te kort om alles te bekijken aan The Strip (Las Vegas Blvd). De vulkaanuitbarsting bij hotel The Mirage was prachtig, het piratengevecht bij Treasure Island leuk (is een soort zangvoorstelling geworden met mevrouwen in bikini) en de dansende fonteinen bij het Bellagio waren schitterend.


Vandaag hebben we de wekker op 7 uur gezet. De reis naar Zion zou een uur of vier gaan duren en we wilden vroeg in het park zijn om –heel misschien- ook nog door te kunnen rijden naar Bryce Canyon. Christian heeft ons aangeraden om Bryce echt even aan te doen, omdat het veel, veel mooier zou zijn dan Zion. Uiteindelijk waren we toch weer wat later dan bedacht en moest het voorstel van zwagerlief afvallen.
Net buiten Las Vegas zag Sander namelijk een museum van ene Shelby langs de snelweg liggen. Ik wist het niet, maar deze meneer Shelby pimpt sportwagens zodat ze nog sneller kunnen rijden en er nog ‘vetter’ uit zien. Uiteraard zijn we even gaan kijken.

Na de korte stop bij het autoparadijs is Sander achter het stuur van de Mustang gekropen en heeft ongeveer 300 kilometer over Interstate 15 (north bound) getoerd. Het was een genot om er naast te zitten en de omgeving goed in me op te kunnen nemen.
De hele rit was een rechte streep door de woestijn, tot we in de buurt van St. George in Utah kwamen. Daar reden we de bergen in: groots, dramatisch en niet te beschrijven. Deze staat is ruig en onwaarschijnlijk prachtig. Het weer is ook nogal divers: stralende zon, dikke plensbuien en zelfs sneeuw en dat allemaal op dezelfde dag op een oppervlakte van 100 bij 100 Mile.

We zijn gestopt op een parkeerplaats, annex camping, langs de snelweg. Het was er leeg, op een mevrouw in een golfkarretje na. Zij kwam twee dollar beuren voor ‘sta-geld’. Ze vertelde dat het later op de dag heel druk zou gaan worden. De Mormonenmannen gaan namelijk deze week op reis met hun zoons en op de plek waar ze wilden camperen, in Cedar City (60 Mile verderop), was alles dicht gesneeuwd. De heren moesten daarom uitwijken naar een plek waar het zonnetje wel stralend aan de hemel stond. En dat was op deze riante parkeerplaats.

By the way: we zagen dit schattige beestje, maar hebben geen idee wat het is. De grootte is vergelijkbaar met twee pakjes Marlboro boven op elkaar.

Even na de camping -waar het stralend weer was- begon het te regenen. Dat bleef het doen tot we aankwamen bij ons verblijf voor vannacht.

We hebben ons een uurtje vermaakt op de hotelkamer en daarna klaarde het heel snel op.
Er zijn twee mogelijkheden om Zion National Park te bekijken. De eerste is met de auto, gewoon het dak er af en met een rustig gangetje tussen de rotspartijen door laveren. Als ik later groot en rijk ben, dan wil ik trouwens ook graag een cabrio. Je blik wordt er veel ruimer van. Zeker in een omgeving met hoge bergen is dat reuze handig....![]()



De tweede mogelijkheid is een reis met een shuttlebusje. Je wordt dan langst de mooiste plekken in het park gereden en bij de startpunten van verschillende 'trails' stopt de bus. Vanaf dat punt kun je vervolgens mooie wandelingen -van een paar uur- maken.
Wij hebben natuurlijk voor de auto-optie gekozen. De consequentie is dat we niet alle beroemde bezienswaardigheden met eigen ogen hebben gezien (de Great White Throne had me wel wat geleken), maar oh wat hebben we genoten van onze dikke bak met open dak…. Andere mensen ook overigens. Op een gegeven moment stond het mannelijke deel van een bus met Franse toeristen, bepakt met camera's, onze bolide te fotograferen. Voor de immense bergketens hadden ze geen oog meer.

Hier een paar plaatjes van hetgeen de Franse mannen hebben gemist.



Morgen gaan we op weg naar de Grand Canyon. Dat is de langste trip die we moeten rijden (zo'n 500 kilometer) en eigenlijk droom ik nog van een tussenstop bij Antelope Canyon, maar ik vrees dat we daar niet aan toe gaan komen. Misschien kan ik het positiever formuleren: er zijn nu al meerdere redenen te verzinnen om hier nog eens terug te komen.
Tot gauw.
Hoover Dam
Wel prettig om dit berichtje te schrijven aan het zwembad met een Budweiser bij de hand.
Vandaag zijn we naar de Hoover Dam geweest. Sander heeft daarover al veel gehoord en gezien (op TV), maar alles in ‘real life’ meemaken, was een grote wens. We zijn diep de catacomben van het enorme complex in gegaan en stonden vlakbij de turbines die de stroom opwekken voor Las Vegas en verre omstreken.



De waterkracht levert voor ruim 1 miljoen huishoudens een prettig leven. Bovendien zorgt de dam voor een betere regulatie van het water in de Coloradorivier en daar hebben maar liefst vier staten veel plezier van.


Het was een geweldige belevenis en ik heb m’n zoon nog nooit zo tevreden zien kijken als na afloop van de rondleiding (voor 11 dollar en twee uur onder de pannen).

Vanmiddag zijn we gaan shoppen bij Macy’s. Sammy (bijna 65, maar jong van geest) heeft prettig geholpen en vond ons helemaal dolletjes. Wat zijn sommige Amerikanen toch vriendelijk en behulpzaam voor stuntelige buitenlanders!
Sander heeft een t-shirt gevonden dat helemaal ‘de bom’ is en ik ben weer voorzien van voldoende spijkerbroeken, plus een te gek t-shirt met een print van een fototoestel aan de voorkant. Nu is het net of ik voortdurend een camera op de buik heb schommelen. Leuk toch?!
OK, morgen meer. Dan vertrekken we naar Zion, national park. Tot gauw.
Las Vegas
We lagen om een uur of zeven in het zwembad van ons hotel in Death Valley. Sander mompelde bij het te water gaan: “Hier kan ik best aan wennen...”. En zo was het ook.
’t Was overigens weer een bijzondere dag. We hebben prachtige plekken gezien, zoals een oude borax-mijn (schrijf je dat zo?) en ‘the Golden Canyon’ op het park van Death Valley. Maar, let op, we hebben ook een regenbui op ons autodak gehad. Jawel, in Death Valley, waar het bijna nooit regent! Het was prachtig om te zien hoe de regenbuien zich langzaam lieten zakken uit de zwarte wolken.



Ik weet niet wat er nog gaat komen aan nationale parken, maar Death Valley heeft mijn hart gestolen. Wat een ongelooflijk mooi stukje aarde is dat.
We hebben de routebeschrijving van de reisorganisatie losgelaten en vonden zelf een weg naar Las Vegas. De tocht was zo’n 200 kilometer en we hebben er ruim een halve dag over gedaan. Onderweg kwamen we 1001 dingen tegen. Zo waren er eindeloze vlaktes met Yukka-achtige planten, afgeplatte bergen, autokerkhoven (zie ik een T-Ford?) en nog veel meer moois.



Uiteindelijk heeft de stortbui van Death Valley ons in Vegas weer ingehaald. Ik heb zelden zoveel regen in een kwartier naar beneden zien komen. Daarna was het droog en scheen de zon volop.

We hebben alle voordeelcoupons van ons hotel gebruikt (gratis drinken en korting op het eten). Daarna zijn we naar de oude stad gegaan en hebben de Fremont Street Experience bewonderd. Dat is een grote lichtshow in het dak van een winkelpromenade. We waren alle twee diep onder de indruk.

Hieronder nog twee foto’s van straatartiesten in Fremont Street. Morgen wil Sander naar de Hoover Dam en ik wil nu slapen. Tot gauw.

Death Valley
Het begon bizar in een plasnat LA. De regen gutste uit de grijze lucht. Voor degenen die niet willen geloven dat het in Californië kan regenen, heb ik een foto bijgevoegd van ons motel.

Oh ja, koud was ’t ook nog. Het ontbijt bij Starbucks maakte iets goed, maar lang niet alles.
Het doel vandaag was Death Valley, maar dan moet je dus eerst LA uit. Jammer genoeg waren de files vandaag twee keer langer dan normaal (en dat schijnt al heeeel erg te zijn). Uiteindelijk begon het allemaal weer een beetje te rijden, maar het zicht was hondsberoerd; een meter of tweehonderd is aan de positieve kant. Na een uur of twee reden we een onbestemde berg over en als bij toverslag was het droog, zonnig en warm, heel warm. Met de hand op m’n hart: binnen een tijdsbestek van tien minuten zag de wereld er volstrekt anders uit. En het werd alleen maar beter.



Toen we op Interstate 127 (north) naar Death Valley zaten, hebben we het dak van de auto gehaald, een dikke laag zonnebrandcrème (factor 50) aangebracht en een satelietzender (Sirius) met nonstop bluesmuziek aangezet. Er was vrijwel niemand op de weg. Sander kon z’n eerste 100 miles achter het stuur met twee vingers in de neus sturen.
De omgeving was waanzinnig mooi en werd steeds beter. Ik heb nog nooit in m’n leven zoveel prachtige rotspartijen en woestijnlandschappen gezien. Het was fabuleus!



Ons onderkomen in Death Valley is als een oase: alles is fris en groen. Binnen is het ijskoud en buiten pronken onwereldse vogels met een donkerblauwe verenpracht.

Aan het eind van de dag zijn we nog naar Badwater Basin gereden. Dat is het laagste punt in de Verenigde Staten. Sander wijst op de foto naar een bord dat aangeeft waar de zeespiegel zou moeten zijn.

Door de enorme droogte verdampt het water in het meer en blijft er een witte zoutlaag liggen. Ik heb staan zingen van geluk. Wat was het allemaal prachtig. Er was overigens niemand die het gejubel heeft gehoord, want er waait een wind over de vlakte die we in Nederland al snel het predikaat ‘orkaan’ zouden geven. Er is geen ander geluid verstaanbaar, dan de gierende wind. Je moet bovendien oppassen dat je niet wegwappert.



Het begon dus ver onder de normale maat en het eindigde hemels in Death Valley.
Los Angeles II

De oplettende lezer heeft ogenblikkelijk de pier van Santa Monica op de achtergrond ontdekt. We kennen het houten geval natuurlijk allemaal uit diverse speelfilms. Hij is bovendien regelmatig te zien geweest als de dames van Baywatch in slow motion voorbij kwamen huppelen. En... nog veel belangrijker: de pier is het eindpunt van Route 66.

Voor de volledigheid zijn hier ook nog wat andere plaatjes van de pier.


Los Angeles is belachelijk groot. We hebben de afgelopen anderhalve dag al ruim 150 kilometer gereden en we zijn de stad niet eens uit geweest. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ook stadjes als Santa Monica en Beverly Hills tot LA worden gerekend (al hebben ze soms wel een eigen burgemeester en een politiekorps).
We zijn de dag vroeg begonnen (06:30 uur), want de slaap was op. Dat zal ongetwijfeld te maken hebben met de omschakeling naar de Amerikaanse tijd. Ik had ook een enorme honger en onweerstaanbaar veel zin in een stevige espresso. Vlak bij ons hotel zit een Starbucks. Voor het ontbijt staan de mensen daar in een lange rij te wachten op donuts en café Latte.
Om 9 uur stonden we al voor een shopping Mall. Tot mijn verrassing gingen de deuren pas een uur later open. Het boodschappenlijstje was lang en alles is binnen, van zwembroeken tot zeer exclusieve Nike's Air (Sander heeft echt overal verstand van).
Daarna zijn we naar Santa Monica gegaan en hebben het strand, de Pier en Third Street verkend. Aansluitend was Venice Beach aan de beurt. Daar was het echt leuk. Al die verhalen over jonge mensen die lopen te pronken met billen, borsten en spierballen kloppen volledig. Het weer was niet geweldig vandaag, maar er was nog voldoende te zien.
We liepen ook nog aan tegen een TV-opname van America's Ninja Warrior. Dat zal binnenkort ook wel in Nederland op de buis gaan verschijnen in een vaderlandse versie. Het idee is vrij simpel: stoer geschapen jongens en meisjes gaan snel over een ingewikkelde hindernisbaan en wie zonder natte voeten het eerst aan een bel trekt, is de winnaar. Stom natuurlijk, maar wel leuk om naar te kijken, vooral met een dol-enthousiast publiek er omheen.

Er zijn volleybalvelden op het strand, complete openlucht sportscholen, fietspaden en skatebanen.


Mocht je nou denken dat iedereen in Venice aan het hollen en draven is, dan heb je het mis...


Morgen gaat de Grote Reis beginnen. Eerst nog even een nachtje slapen en dromen van mooie stranden met wuivende palmen. Tot gauw!
Los Angeles

Het is een heel eind vliegen. We hebben in een kleine elf uur zo'n 9.000 kilometer overbrugd. Op het vliegveld (LAX) zijn we meteen op zoek gegaan naar de huurauto. Het is een knalrode Ford Mustang Convertibel geworden. Dat had overigens nog heel wat voeten in de aarde, want Hertz had in eerste instantie het bestelde exemplaar niet op voorraad. Na een beetje aandringen bleek er toch -binnen een kwartier- één voor te kunnen rijden.
Onze eerste opdracht kwam van Erik. Hij wil graag een paar plaatjes van het Getty Museum. We zijn niet lang in 'the Getty' geweest. Ik wil er graag nog eens heen. Het is echt een prachtige oase in een chaotische stad. Het complex wordt door veel inwoners van LA als een soort meditatieplek gebruikt.

De entree kost vijf dollar per auto en daarna is zo'n beetje alles gratis. Schitterende kunst en waanzinnig mooie architectuur.
The Getty Center (zoals het officieel heet) is ontworpen door de Amerikaan Richard Meier. Hij is in Nederland bekend van het Haagse stadhuis (IJspaleis). Er staat ook een prachtig gebouw van zijn hand in Hilversum!
John Paul Getty was de eerste miljardair (in Amerikaanse dollars) en verdiende z'n geld hoofdzakelijk in de oliebusiness. De man is inmiddels overleden, maar van zijn vermogen wordt nog jaarlijks een percentage vrijgemaakt voor nieuwe kunstaankopen. Zeker even gaan bekijken als je toch in LA bent!







Op weg naar ons hotel zijn we nog even door Beverly Hills en Hollywood gereden (met open dak
) en nu begint de nacht..... Morgen meer!
Amerikareis
Over een tijdje gaan Sander en ik naar Amerika. We gaan voor een autotrip van tien dagen door het zuiden van de USA. Ik wil tegen die tijd graag de mogelijkheid hebben om een dagboekje bij te houden voor de thuisblijvers.
Nou zijn de mogelijkheden van dit BLOG beperkt. Dat wil zeggen: voor zover ik het allemaal snap. Voor de zekerheid heb ik gisteravond een subdomein voor deze site gemaakt. het adres is: usa.gofoto.nl
De leverancier van mijn internetruimte biedt de mogelijkheid om een interactief forum aan te maken. Het werkt simpel en lekker snel. Bovendien is het benaderbaar vanaf iedere computer en dat is ook wel handig, zeker als je op reis gaat.
Prettig Portugal
We zaten de laatste week van mei in Portugal, overduidelijk het einde van de winterstop. Overal werd de toeristische bedrijvigheid zichtbaar. Kleurrijke vissersbootjes werden sfeervol op de stranden gedrappeerd, parasols kregen hun plekje op de houten palen en er was soms iets teveel bedienend personeel in de restaurantjes. Kortom: we waren net op tijd.
Op deze pagina heb ik in zes plaatjes de hele reis proberen te vangen. Allereerst waren er die fantastische kusten in het zuiden en het westen; het zuiden (Algarve) erg toeristisch en het westen wild en woest.

Dan de mensen: vriendelijk, behulpzaam en in afwachting van hele hordes toeristen. Lissabon was al druk. Een prachtige stad met meerdere karakters. De diverse wijken hebben allemaal hun eigenheid. In Alfama piepten de trammetjes door de nauwe straatjes en klonk de Fado ‘s avonds weemoedig.

Het meest verrassend was het binnenland. De secundaire weg van Faro naar Lissabon laat zien dat er veel ruimte is in Portugal. Veel warmte ook. Zelfs eind mei kroop te temperatuurmeter in de auto heel dicht tegen de 40 graden aan (38 om precies te zijn). Eindeloze velden met kurkeiken trokken aan ons voorbij. Op de plaatsen waar nog wat water was, hadden duizenden ooievaars hun nesten gebouwd.

Het was mooi, heel mooi!
